Merel Bem opende Anne Geene en Lorena van Bunningen

24 oktober 2017

Op zaterdag 4 november opende Merel Bem onder grote belangstelling de tentoonstellingen van Anne Geene en Lorena van Bunningen. 

De beide tentoonstellingen zijn nog tot 16 december te zien. Foto's: Izziel Latour

Merel is kunstcriticus en schrijver van o.a. het boek Doorkijken. Bekijk HIER haar bog.

Dit is de volledige tekst van Merel Bem over Anne en Lorena: 

 Opening Anne Geene & Lorena van Bunningen

Heden, Den Haag, 4 november 2017

Stel, stél dat ik een tentoonstelling mocht maken. Dat is niet mijn ambitie, ik schrijf er liever over, maar stel. Dan zou ik het wel weten. Ik zou een tentoonstelling samenstellen met kunstenaars die allemaal op hun eigen manier wetenschappertje spelen. Dat klinkt een beetje denigrerend, maar zo bedoel ik het niet. Ik bedoel daarmee kunstenaars die in hun werk de zichtbare, alledaagse wereld om ons heen proberen te verklaren door de boel naar eigen inzicht te classificeren, te rubriceren, in hokjes op te delen en te onderzoeken, daarbij in het geheel niet gehinderd door enige vorm van wetenschappelijke ethiek, maar wél overtuigend gebruikmakend van de wetenschappelijke vormentaal. Dan denk ik aan vitrines, tabellen, grafieken, kleurkaarten en allerhande wetenschappelijk aandoende experimenten.

Ik zou een tentoonstelling maken over pseudowetenschap in de kunst. Ik zou kunstenaars uitnodigen die hun eigen museum bedenken, hun eigen encyclopedieën samenstellen en hun eigen natuurkundige onderzoeken doen. Die dingen meten die, als je er eens goed over nadenkt, niet per se gemeten hoeven worden. Die dingen tellen die niet dringend geteld hoeven worden. Kunstenaars die graag het woord ‘poging’ gebruiken in de titel van een werk, omdat dat woord het beeld oproept van iemand die dagenlang in een laboratorium dingen aan het uitproberen is waarvan de uitkomst ongewis is. De ene keer gaat het goed en wordt een bewijs geleverd, de andere keer loopt het faliekant in de soep en kan het resultaat de prullenbak in. Dat is het risico en de aantrekkingskracht van de wetenschap; alleen door het proces van trial & error kom je ergens.

Even een zijpaadje, hoor. Ik zou in mijn tentoonstelling ook de andere kant belichten: mensen die zichzelf wel degelijk als wetenschappers beschouwen, maar die bij het uitvoeren van hun onderzoek – nouja, laat ik zeggen toch enigszins van het ware wetenschappelijke padje afraakten en zo soms de risee van de wetenschap werden. Hun ‘mislukte’ projecten komen soms verrassend dicht in de buurt van kunstwerken – tenminste, dat vind ik. Ik denk dan aan geestenjagers uit de negentiende eeuw die foto’s maakten van ectoplasma en andere zogenaamd door spirituele krachten voortgebrachte fenomenen. Of aan de Amerikaan Ted Serios die in de jaren zestig beweerde dat hij gedachten kon fotograferen. Hij werd daarin gesteund door een serieuze psychiater. Ik denk ook aan het boek The Secret Life of Plants uit 1973 van Peter Tomkins en Christopher Bird, waarin op zeer originele wijze een lans wordt gebroken voor het gevoelsleven van planten. Om erachter te komen wat planten wérkelijk dachten, legden de mannen onze groene vrienden bijvoorbeeld aan de leugendetector.

Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik een grote fascinatie heb voor dit soort experimenten en vooral voor wat eruit komt. Ik heb dat van jongs af aan gehad; ik kon uren voor de boekenkast van mijn oma zitten bladeren in Mysteries van het Onverklaarbare, een boek van Reader’s Digest. Ik bleef er hangen bij de foto’s waarop duizend procent zeker het Monster van Loch Ness stond afgebeeld, wazige zwart-wit plaatjes waarop misschien, maar misschien ook niet, een soort drakenkop te zien was. ‘Fig. 6’ stond er dan bij. En het grappige was dat juist de wazigheid van die foto’s, die gruizige, ellendige kwaliteit van die postzegeltjes in dat boek, voor míj althans de wetenschappelijke waarde ervan versterkte. Hoewel mijn innerlijke scepticus, die overigens nooit zo’n grote bek heeft gehad, zachtjes protesteerde, wilde ik zo graag geloven in de waarheid van die foto’s dat ik het gewoon lekker deed. Het waren toch foto’s? Nou dan.

Afijn. Ik dwaal af.

Wie ik in elk geval zou vragen voor mijn tentoonstelling over pseudowetenschap, zijn Anne Geene en Lorena van Bunningen. Het werk van Anne – ja jeetje, kijkt u maar eens om u heen. Over wetenschappertje spelen gesproken. Als iemand een eigen museum kan bouwen en de alledaagse wereld kan opdelen in zelfverzonnen rubrieken is zij het wel. Dat heeft ze natuurlijk vanaf het begin gedaan en daardoor is ze er nu zo vloeiend in. Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik haar werk zag, het was haar eindexamenpresentatie in Breda. Daar stapte ik een tuin binnen waarvan elke vierkante centimeter fotografisch in kaart gebracht was, elk blaadje, de gang van een duizendpoot in de sneeuw, elke slak, elke tuintegel, elke liter slootwater, zo pijnlijk nauwkeurig dat ik het haast niet kon geloven. Maar ik gelóófde het, want er waren foto’s van en het zag er allemaal zo wetenschappelijk uit.

Ik weet nog dat haar project zoveel indruk maakte, dat ik mensen ‘uit het veld’ tegenkwam en dat we elkaar alleen maar hoefden te vragen: ‘Heb je...?’ – en dan antwoordden we: ‘Anne Geene? Ja, die hebben we gezien.’ Niemand kan een bloemblaadje, een regendruppel, een vlucht vogels zo speels categoriseren en daar vervolgens zulke eigen rake conclusies uit trekken als zij dat doet. Ik zou er dan ook voor pleiten dat alle scholen, naast de biologieles, wekelijks een uurtje zouden ‘Anne Geenen’. Zodat kinderen leren hoe je óók naar de wereld kunt kijken.

Lorena van Brunningen – jij krijgt alleen al extra punten voor het gebruik van het woord ‘attempts’, pogingen, in de titels van een paar van jouw werken. Jij mag ook in mijn fictieve tentoonstelling, graag zelfs. Want welke fotograaf haalt het nou in zijn (haar) hoofd om een beweging te vangen in een sculptuur, dat te fotograferen en het publiek dan niet het einderesultaat te tonen, maar het proces, de pógingen? Nou, de fotograaf als wetenschapper dus. Die is niet bang om ook het falen van zo’n experiment te tonen. Die is niet bang om te laten zien dat het zoeken naar de juiste vorm – en dan bedoel ik niet alleen de vorm van de objecten zelf, zoals dat roze rietje en hoe dat op de tafel ligt, en de verhouding tussen die roze cirkeltjes en de witte stukjes (welk materiaal is dat?), maar óók de fotografische vorm, het denken over hoe je zoiets het beste in beeld brengt, zodat het precies bewijst wat jij als fotograaf wil beweren – nou ja, dat dat alles dus een oefening is, die je steeds moet blijven herhalen. Die oefening báárt niet alleen kunst, ze ís het ook al. Want al die pogingen van Lorean van Bunningen hebben een heel eigen en bijzondere esthetiek.

Wij bevinden ons nu dus met z’n allen in een tentoonstelling, een museum zelfs, maar tegelijkertijd in een laboratorium. Een plek waar het onderzoek in volle gang is. Het is het laboratorium van twee wetenschapsfotografen die hun publiek deelachtig maken van hun pogingen om de wereld net even anders in kaart te brengen. Of het wetenschappelijk gezien allemaal klopt, doet er niet toe. Wat telt is de overtuiging en die zie ik.

Dames, van harte ontsluit ik jullie nieuwste onderzoeken. Op naar het volgende experiment.

© Merel Bem, 2017

REAGEER

Laat hier je reactie achter. Het formulier wordt verstuurd als alle velden zijn ingevuld.
Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.